Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

Johanna Spaey: Oktober is de mooiste maand

door Jooris van Hulle

Met als referentiekader de Baader-Meinhofgroep, de links-extremistische terreurgroep van de Rote Armee Fraktion die in de jaren zeventig vooral in Duitsland ageerde tegen de excessen van de kapitalistische maatschappij, maakt Johanna Spaey in Oktober is de mooiste maand duidelijk dat geweld niet weg te denken valt als vaak (al te vaak) dominerend principe van de condition humaine. Het is een constante in haar oeuvre. In haar debuutroman Dood van een soldaat was de Eerste Wereldoorlog al prominent aanwezig. Aan het slothoofdstuk van Oktober is de mooiste maand gaat een motto vooraf uit Het boek van zand van Jorge Luis Borges: ‘De mens vergeet dat hij een dode is die spreekt met andere doden’.  

Het spreken met andere doden geldt in de eerste plaats voor Stefan, een Duitse leraar geschiedenis en ooit van nabij betrokken geraakt bij de acties van de R.A.F. waarbij talrijke slachtoffers vielen. Niet toevallig staat hij bij andere leden van de groep bekend als ‘Stefan the Killer’, de man die er na een doorgedreven militaire training in Zuid-Jemen en Libanon nooit of nergens voor terugdeinst extreem geweld te gebruiken. Dat hij finaal wordt opgepakt en tot 20 jaar opsluiting wordt veroordeeld, vormt het tijdskader van Oktober is de mooiste maand.
 
Johanna Spaey maakt er door bewuste ingrepen in het tijdsverloop binnen de roman een intrigerend geheel van: met sprekend gemak, de lezer hierbij letterlijk meetrekkend binnen haar verhaal, gaat het in een schijnbaar willekeurige aaneensluiting heen en weer van de jaren zeventig naar 2002 – het moment waarop Stefan in voorwaardelijke vrijheid is gesteld en hij, tegen de opgelegde voorwaarden in, naar Brussel reist op zoek naar Vera, de geliefde die hoe dan ook altijd in zijn gedachten aanwezig is gebleven.
 
Dood en geweld staan letterlijk ingeschreven in de terreuracties waar Stefan aan deelneemt. Op een doordachte en fijnzinnig afgewogen manier verbindt Spaey hier de gruwelen van de twee wereldoorlogen aan, zeker waar het de nawerking ervan op de directe familie van Stefan betreft. Zijn grootvader, vliegenier in de Eerste Wereldoorlog, stortte in 1918, als eindelijk de wapenstilstand een feit was geworden, met zijn kist neer in het Duivelsbos, dicht bij de familiewoning. Een mechanisch feilen, of toch zelfmoord? Voor Stefan blijft de geest van zijn grootvader ronddwalen, zo nadrukkelijk zelfs dat hij hem in terugkerende hallucinaties letterlijk voor zich ziet.
 
En dan is de vader van Stefan, een dominee die in 1940 verplicht werd toe te treden tot het Duitse leger en pas twee jaar na het einde van de oorlog uit het Russische gevangenkamp naar huis terugkeert. Dat zijn vrouw ondertussen met zijn broer Georg, die een klompvoet had en daarom aan verplichte dienst wist te ontsnappen, een relatie was begonnen, is al moeilijk te verdragen. Maar meer nog speelt hier mee dat hij in Polen gedwongen werd actief deel te nemen aan de massamoord op onschuldige dorpelingen. Pas in de wachtkamer van de dood zal hij hierover kunnen en durven praten met Stefan. Tot zolang heeft hij geleefd als een dode – zeker mentaal dan – die alleen met de doden kon praten.
 
En dan is er nog de figuur van Vera. In 1977 – het is op een vroege oktoberavond – wordt ze, op instigatie van haar zus Marie, betrokken bij de verboden activiteiten van de terreurgroep als ze een tas met boodschappen moet bezorgen aan Stefan, die dan in Brussel verblijft. Met hem begint ze een passionele verhouding, tot hij uit haar leven verdwijnt. Na een abortus en een periode van extreme magerzucht komt ze er langzaam weer bovenop, zeker als ze erin slaagt haar doctoraat filosofie af te werken. En allerminst toevallig hier: het onderwerp van haar scriptie is ‘Het kanon van Wittgenstein’. Weer die verdoemde Eerste Wereldoorlog…
 
Dat oktober dan toch de mooiste maand is voor haar, refereert aan de eerste ontmoeting met Stefan. Vera is, tot op haar ziekbed, waar ze na een hersentumoroperatie wacht op het onvermijdelijke van de dood, blijven hopen en geloven in Stefan die  – figuurlijk dan – uit de doden komt op te staan en samen met haar wil wegrennen. Weg van de dood, weg van het verleden, weg van een samenleving die hun geen kansen heeft geboden.
 
Met Oktober is de mooiste maand heeft Johanna Spaey haar beste roman tot hiertoe geschreven, waarin thema’s en motieven uit de eerder verschenen boeken – ik denk aan zinloos geweld, eenzaamheid, de manier waarop het individu moet zien te overleven onder de druk van de collectiviteit – convergeren. De beheersing in stijl en opbouw, de manier waarop de individuele lotgevallen van de personages in een bredere context worden geplaatst, maken dat de roman nog lang blijft naklinken in het hoofd van de lezer.
 
Johanna Spaey: Oktober is de mooiste maand, De Geus, 2021, 201 p. ISBN 9789044545364. Distributie LM Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

De blauwe schuit

Shūgorō Yamamoto

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Ogentroost

A.H.J. Dautzenberg

Voor wie de tijd verstrijkt

Miriam Van hee

Weerspiegeld in een waterglas

Annette Portegies

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Achter de bomen stond een leeuw

Daan Remmerts de Vries

De Pinguïnsint en andere dierenklazen

Edward van de Vendel, Saskia Halfmouw (ill.)

Het levende hoofd

Els Pelgrom, Sylvia Weve (ill.)

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen

Wolvenweer

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri