Letterkunde

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Leen Huet (red.): Een binnenplaats met gras

door Jan-Bart Claus

Maurice Gilliams’ obsessief perfectionisme stremde zijn oeuvre. In plaats van te schrijven, tobde Gilliams over zijn zinnen en herschreef hij tot de beste zin tevoorschijn kwam. Het heeft geleid tot een diamantfijn, karig maar vlijmscherp oeuvre waaruit Leen Huet Een binnenplaats met gras puurde. Met haar bloemlezing wil Huet de lezer nader tot Gilliams’ bedachtzame zinnen brengen, maar ook tot Gilliams zelf. Al is dat laatste niet vanzelfsprekend: een spiegelaar als Gilliams laat zich nooit helemaal zien.  

Huets hoofdstukken zijn respectievelijk bestemd voor een van de drie door Gilliams beoefende genres. Het eerste hoofdstuk behandelt Gilliams’ prozaïsche zelfportretten, waar vooral het alter ego Elias het woord neemt, het tweede hoofdstuk gaat over zijn essayistische werk – ‘tot nu toe voorbehouden aan de fijnproevers’ – waarna het hoogtepunt is weggelegd voor de gedichten, volgens Huet de kroon op het oeuvre.
 
Algauw is de hand van een doorwinterde kunst- en literatuurcritica zichtbaar. Subtiel worden we gedirigeerd door Huets schrandere structuur. Het prozawerk noopt tot trager lezen. De zinnen zijn ‘belichamingen van metafysische dromen’, die een precies aftasten lonen omdat er veel betekenis te vinden is. Toegekomen aan de essays versnelt het lezen tot een lichte trot. Hoewel de zinnen minder opaak worden, verhinderen Gilliams’ cerebrale gedachten dat we in volle galop gaan. Vervolgens komt het dichtwerk, dat ons verleidt sneller te lezen door de minder gevulde bladspiegel en de schijnbaar directe taal. Maar daar komen we gelouterd aan, wetende dat er nauwkeurig fouillerend moet worden gelezen.
 
Huet wil een ‘intieme samenhang’ aanbrengen tussen de fragmenten. Elk gekozen stuk biedt een inkijk in Gilliams’ leven, in zijn twijfels en andere perturbaties, terwijl ze zijn stijl alle eer aan doen. Als ‘denkend verdriet’ beschreef Gilliams de eigen poëtica, maniëristische bravoure gekoppeld aan intimistische, op zichzelf gerichte onderwerpen. Intiem is dit boek dus op twee manieren: enerzijds gaat alles wat we lezen over de schrijver zelf, maar het boek toont ons ook hoe Gilliams elk genre op gelijkaardige wijze behandelde. Telkens voeren de fragmenten terug naar de Antwerpse stilist.
 
Tijdens het lezen laat een wazige schim zich schuchter opmerken tussen de regels. Scherp krijgen we die schim nooit, maar misschien vallen de contouren wel te omschrijven met Gilliams’ bekendste essay: ‘Inleiding tot de idee Henri de Braekeleer’ (1936-1939). Gilliams schrijft: ‘De Braekeleer heeft blijkbaar niets anders te geven, dan datgene wat voor de Braekeleer bestemd is, nl. de stilte. Hij ondergaat haar niet, […]. Zij houdt in hemzelf verblijf.’ Hoewel er in de geselecteerde stukken heel rijkelijk wordt gesproken, gaapt er een gat. De ware toedracht van Gilliams’ schrijven blijft voor ons verborgen in heimelijke bewoordingen die dat onuitspreekbare toch aanwezig maken als een hoorbare stilte.
 
Zo herinnert deze bloemlezing ons aan de spiegelaar die Gilliams was. Het licht dat hij zo vaak op zichzelf richtte, liet hij nooit ongebroken terugkaatsen. Gilliams schrapte uit angst dat hij zichzelf te veel bloot gaf, en schreef ‘om mijzelf te overtreffen en er iets mee terug te winnen dat verloren ging.’ Dankzij de uitzonderlijke biografie van Annette Portegies, Weerspiegeld in een waterglas, hebben we zicht gekregen op wat Gilliams verborgen hield. Een symbiose tussen Portegies en Huets bloemlezing die wordt gevat door hun titels, ontleend aan hetzelfde gedicht: ‘Droomfuga’.
 
Een dromenvluchter is het beeld van Maurice Gilliams dat dit boek naar voren schuift. Daarin is Huet uiterst consequent en scherp: nergens verliezen de gekozen fragmenten het mikpunt uit het oog. Het gevolg is een bloemlezing die ons niet alleen uitnodigt Gilliams’ unieke oeuvre ter hand te nemen, maar ons ook daar op voorbereid. Huet brengt een ‘essentiële’ Gilliams, die in elke kast thuishoort.
 
Leen Huet: Een binnenplaats met gras, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 2022, 224 p. ISBN 9789025367718. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

De blauwe schuit

Shūgorō Yamamoto

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Ogentroost

A.H.J. Dautzenberg

Voor wie de tijd verstrijkt

Miriam Van hee

Weerspiegeld in een waterglas

Annette Portegies

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Achter de bomen stond een leeuw

Daan Remmerts de Vries

De Pinguïnsint en andere dierenklazen

Edward van de Vendel, Saskia Halfmouw (ill.)

Het levende hoofd

Els Pelgrom, Sylvia Weve (ill.)

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen

Wolvenweer

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri