Vanaf twaalf jaar

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2022

Gulraiz Sharif: Ey, Luister es!

door Henk van Viegen

13+ - De bijna 16-jarige ik-figuur Mahmoud heeft niet zo gek veel te doen in de zomervakantie. Moeder is schoonmaakster, vader taxichauffeur en geld om op vakantie te gaan is er niet. Hij zit wat te mijmeren en chilt eens wat met zijn éénogige vriend Arif op een bankje onder aan zijn flatgebouw, doet quasi mopperend boodschappen voor zijn moeder. Die mijmeringen kunnen zomaar uitlopen op uiteenzettingen over hoe het is in Noorwegen in een multiculturele wijk te wonen zonder daar een Noorse Noor te zien (behalve dan de outcasts, junks en zuipers). De Noorse Noren zijn verdeeld. Sommigen, zoals de premier, dromen van een gezellige, vreedzame, kleurrijke natie, waarin de nieuwkomers zich succesvol voegen in het westerse bestaan. Er zijn ook partijen die inmiddels zoveel invloed hebben dat er een rem op migratie zal komen. Erg geestig, en in een taaltje waar je maar even aan moet wennen om er verder lekker in mee te gaan, zet de verteller de verschillen tussen de nieuwe Noren en de Noorse Noren neer.  

Dat taaltje is opgetrokken uit de straattaal van het meest allochtone deel van Oslo: Oslo-oost, met daarin Noors, Oslo-Noors, Pakistaans, het Noors van de Paki’s, ‘kebabnorsk’, Engels en verengelst Noors. De wetten van de grammatica (zoals de geëigende woordvolgorde) bestaan hier niet echt, vaak wordt het lidwoord weggelaten. Een geweldige uitdaging voor een vertaler, het lijkt erop dat Bernadette Custers dat geweldig heeft gedaan.
 
De vakantie loopt heel anders dan Mahmoud had verwacht. Zijn oom ji, broer van zijn vader, komt over, op een visum van twee maanden. Een handige verhaaltruc. Mahmoud laat oom Oslo zien en die valt met z’n neus in de westerse boter: naaktzonners, oude nudisten, een pride-parade, in het zwembad naakt douchende mannen, etc. Tot Mahmouds verrassing wil oom eigenlijk dolgraag in Noorwegen blijven, hij zou er zelfs van geslacht voor willen wisselen! Maar hij is kansloos.  
 
Wat oom goed ziet, en wat Mahmoud altijd al wel zag en voelde (en moeder waarschijnlijk ook), is dat diens 10-jarige broertje Ali erg bezig is met meisjesdingen. Ali biecht op een bepaald moment aan Mahmoud op, dat hij denkt dat hij in een verkeerd lichaam zit. Hij heeft het er erg moeilijk mee, vooral als hij zich voorstelt hoe Allah hem laat vallen. Daarna krijgen successievelijk moeder, vader en oom het ook te horen. Vader wordt helemaal gek (‘Ik ben toch niet naar Noorwegen gekomen om…’ enz.’, lievelingszinnetje van pa), maar moet bakzeil halen als moeder de boel op scherp zet.  
 
De ik-verteller richt zijn geestige en relativerende relaas tot ‘broer’, ‘bro’, ‘brada’ (en andere woorden voor broer), wellicht is het zijn mattie Arif. In elk geval is het boek dat eruit zal voortvloeien geheid interessant. Noren vinden het fantastisch te lezen over de problemen van nieuwkomers, vooral als die daarna, immers vaak ruwe diamant, goed terecht komen. Horizon verruimend! Ook hij gaat slagen in de Noorse wereld: hij scoort goed op school, gaat aan het eind van het boek verder leren en wil leraar worden (het beroep van de auteur, trouwens). Dus ook in dit boek kom je de clichés tegen van de immigrantenverhalen die we in het Nederlands ook al hebben, maar wat kan het schelen als het goed gedaan is.
 
Het verhaal drijft niet alleen op de humor, vaak overigens over de kont, poep, vallende of gelukkig niet vallende mannenscrotums en de voorwerpen waarmee Pakistaanse ouders de kinderen bossen (tegen kop of kont meppen). Vooral in het slotstuk lopen de emoties hoog op, met een stevige hoofdrol voor moeder, die het wel even gehad heeft met haar machoman en die haar profiterende schoonfamilie in het moederland spuugzat is. Na al die uitbarstingen van woede en teleurstelling wordt er veel (af)gezoend, geknuffeld en anderszins lief gedaan, gezinswarmte alom. Wat dat betreft zitten we helemaal in een ouderwets jeugdboek.  
 
Erg mooi zet Sharif de broederliefde neer: die tussen pa en zijn oudere broer (zogenaamd echte mannen) spiegelt die tussen Mahmoud en Ali, die verder zal gaan onder de naam Alia. Ook goeie vriend Arif is broer en bro, en bovendien scherp filosoof. Met overwegingen als over waarom je je eigen poep niet vindt stinken, bij voorbeeld.  
 
Wat het boek verder aardig maakt, naast dus vooral de bevrijdende humor en het aparte taaltje, is dat het zich nu eens niet bezig houdt met de geweldsproblematiek in de beschreven gekleurde wijk. Van boeken die zich daarop concentreren, zijn er al aardig wat verschenen en vertaald de laatste paar jaar.
 
Gulraiz Sharif: Ey, Luister es!, Luitingh-Sijthoff, Amsterdam 2022, 191 p. Vertaling van Hør Her’a! door Bernadette Custers. ISBN 9789024598434. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri