Essay

Paul Claes: De sleutel

door Carl De Strycker

Het geheim ontraadselen, het slot ontcijferen, de sleutel vinden, de code kraken – het zijn allemaal metaforen die Paul Claes gebruikt voor het lezen van poëzie. Dat blijkt uit titels van boeken als De raadsels van Rilke (2005), La clef des Illuminations (2009) of Zwarte zon. Code van de hermetische poëzie (2013). En nu is er De sleutel, een bundeling van stukken die hij eerder in Ons Erfdeel publiceerde en waarin hij met een soort vanzelfsprekendheid (telkens in slechts vier bladzijden!) gedichten leest. Dat betekent volgens hem: gedichten begrijpen. ‘Hoe meer we als lezer weten, hoe boeiender een gedicht wordt’, schrijft hij. Daarmee verzet hij zich tegen al wie beweert dat je gewoon van een gedicht moet genieten, maar even goed tegen iedereen die gelooft dat poëzie onbegrijpelijk is. In dit boek toont hij met schijnbaar gemak aan dat gedichten hun geheimen prijsgeven als je maar goed genoeg zoekt.
Opvallend is dat Claes daarvoor eigenlijk helemaal geen gekke dingen hoeft te doen. Hij gebruikt gewoon het traditionele filologische arsenaal aan hulpmiddelen om teksten te lezen. In de eerste plaats is dat de intertekstualiteit: gedichten blijken steeds te verwijzen naar andere gedichten, mythologische stof, Bijbelse verhalen. Natuurlijk is Claes een van de meest belezen mensen in ons taalgebied en ziet hij dus vast makkelijker dan de gewone lezer de verbanden, maar wat blijkt is dat met voldoende kennis van de geschiedenis, de klassieken en de klassiekers je heel ver kan komen. Daarnaast focust Claes op beeldspraak, vorm en stijl, elementen die hij niet als ornamenten ziet, maar waaraan hij betekenis toekent. Ten slotte – en banaal, zo lijkt het, maar een van de beste middelen als je een gedicht niet begrijpt – grijpt Claes heel vaak terug naar het woordenboek. Op die manier lost hij enerzijds regels op zoals Luceberts’ ‘de oude meepse barg ligt / nimmermeer in drab’, waarvan de woorden vast niet tot het standaardvocabularium van de doorsnee Nederlandstalige behoren, anderzijds lichten soms onvermoede betekenissen op die een oninterpreteerbare passage verhelderen. Door een combinatie van al die leesstrategieën slaagt hij er niet alleen in om gedichten erg overtuigend te interpreteren, en zelfs om met nieuwe inzichten te komen bij bekende of vaak geïnterpreteerde gedichten zoals het ‘Egidiuslied’, Claus’ ‘De ingewijde’ of ‘Vierde gedicht voor Maria Magdalena’ van Paul Snoek.
Uiteraard is dit een vrij cerebrale benadering van poëzie die het gedicht reduceert tot een soort puzzel. En vast leent deze leesmethode zich beter voor moderne (modernistische?) poëzie dan voor oudere of postmoderne poëzie, al levert Claes ook lecturen van dergelijke gedichten. In elk geval zijn de vlot geschreven interpretaties een genot om te lezen. Ze zijn verplichte lectuur voor wie poëzie wil leren lezen, en jaloersmakende voorbeelden voor wie gedichten wil uitleggen.

Paul Claes, De sleutel, Vantilt Nijmegen, 2014, 167 p., € 16,95. ISBN 9789460041679. Distributie: Van Halewyck

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf cop. 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri