Poëzie

Koenraad Goudeseune: Het probleem met mensen die naar zee gaan

door Jooris Van Hulle

Koenraad Goudeseune blijkt zich even gemakkelijk thuis te voelen in de poëzie als in het proza. Het probleem met mensen die naar zee gaan is een lijvige bundel waarin de poëtische oogst van de voorbije jaren wordt verzameld. Dit verklaart meteen de vrij losse samenhang tussen de gedichten, met uitzondering van de afsluitende cyclus ‘De kruisweg van Magalia Devleeschouwer’, die bestaat uit ‘14 sonnetten & 1 pastiche’. Dat alleen de afrondende pastiche ook echt een sonnet is, zegt veel over de aanpak van Goudeseune: de breed uitstromende verzen worden de bouwstenen van het levensverhaal dat hij wijdt aan zijn ‘personage’ Magalia, een verhaal waarin Goudeseune complexloos omspringt met een vorm van afstandelijke beschrijving en de meer directe ik-passages waarin Magalia zelf aan het woord komt. Goudeseune maakt van zijn personage overigens een dichteres, wat hem de gelegenheid biedt met bijtende ironie het dichterswereldje door te lichten: ‘ik doe niet mee / in dat gesubsidieerde verhaal van duffe erkenning’ (vierde sonnet). En wellicht kunnen we de volgende uitspraak, die de dichter haar in de mond legt, lezen als zijn persoonlijke poëtica: ‘Poëzie heeft iets van het verhaalloze waarmee / de nacht valt, het eindeloze duister waarvan / niemand met zekerheid kan zeggen of het begint, / of het eindigt.’ Met de titel van zijn bundel zoekt Goudeseune in het openingsgedicht aansluiting bij Rutger Kopland: ‘Het probleem met mensen die naar zee gaan, / is de titel van een gedicht van zijn hand / dat niet meer werd geschreven.’ Verder in de bundel staat het gedicht ‘Rutger Kopland’, waarin de terugkeer op aarde wordt beschreven van ‘een vriendelijke, jeugdig gebleven oude, wijze man. / Zo bereid net iets langer naar de dingen te kijken'. Een mooie hommage aan de man die Goudeseune blijvend inspireert: het gedicht dat de meester zelf niet mee kon schrijven wordt door de inzet van Goudeseune een hele bundel, naast dit persoonlijk aan hem gerichte gedicht. Er worden in de bundel trouwens nog meer dichters ten tonele gevoerd: Jorge Luis Borges, Paul Celan, Hendrik Marsman, Jan Arends, en — in een van de sterkste gedichten uit de bundel — Emily Dickinson: ‘Ik ben een gedurfd streepje tussen bestaan / en niet bestaan. // Ook jij bent zo’n streepje.//. Sterk relativerend is dan een gedicht als ‘Avondkelner’: ‘Wie nog gedichten schrijft in het Nederlands / is niet goed bij zijn hoofd. // Collaboreer zo je wil met de postmoderne kliek / die van Nederlandstalige poëzie iets heeft / gemaakt dat je onder intellectuelen kunt verdelen. // Tot er niets meer ter verdelen valt, / tot alles is verkruimeld in derridatjes / en verzuchtingen op niveau.’ Voor Goudeseune hoeven dergelijke hoogstandjes allerminst: zijn poëzie wortelt in haar weerspannigheid in de aarde, zonder daarbij het diepere aan emoties en eerlijk doorleefde gevoelens uit het oog te verliezen (enkele uitzonderingen daar gelaten, zoals in ‘Bef eens wat’, het Brusselmans-gedicht dat eindigt met een flauwe en nietszeggende woordspeling: ‘Ik zeg je, beffen deed ik met overtuiging / in Brussel // mans was ik!’). Dat levert mooie gedichten op, zoals ‘Altijd wandelt liefde op de grens’ (met deze openingsstrofe: ‘Het is nog een beetje winter aan het begin van de lente. / Het is al een beetje lente aan het begin van de winter.’), of, aansluitend op de titel van de bundel, het gedicht ‘Oostende’: ‘Er is niets moeilijker dan een gedicht over de zee, / want er is niets dat zo eenvoudig eeuwigheid / in tijd uitdrukt, in wat komt en gaat, / in wat blijft komen en blijft gaan.’ Hier lees je een Goudeseune op zijn best.


Koenraad Goudeseune, Het probleem met mensen die naar zee gaan, Leesmagazijn [S.l.], 2014, 101 p., € 12,5. ISBN 9789491717048. Distributie: Elkedag Boeken

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri