Nederlands proza

Philip Huff: Boek van de doden

door Kyra Fastenau

Met Boek van de doden is Philip Huff toe aan zijn derde roman. Hij begon zijn carrière met enkele kortverhalen, waarna al gauw een eerste roman volgde: Dagen van gras (2009), een ontroerend verhaal over een tienerjongen met een psychose. Het boek werd genomineerd voor de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs, een bekroning die Huff drie jaar later daadwerkelijk in ontvangst mocht nemen voor zijn tweede boek, Niemand in de stad (2012), een coming of age-verhaal dat zich afspeelt in de microkosmos van het Amsterdamse studentenkorps.
Huffs hoofdpersonages groeien duidelijk mee met hun geestelijke vader, in Boek van de doden is de protagonist opnieuw wat ouder. Net als Philip Hoffman, de protagonist in Niemand in de stad, lijkt ook Felix Blom (deels) autobiografisch geïnspireerd. Hij is een jonge schrijver die snel carrière gemaakt heeft, met een succesvolle roman die verfilmd wordt (cf. Dagen van gras) en een minder gesmaakte verhalenbundel (cf. Goed om hier te zijn). Daar houdt de vergelijking echter op, want in tegenstelling tot Huff is Felix aan lager wal geraakt. Hoe dat komt, komen we niet meteen te weten. Net als in zijn vorige romans vertrekt Huff van een eindsituatie, een punt na de climax, waarna hij zijn protagonist laat reconstrueren wat er gebeurd is. In Boek van de doden laat hij het verhaal echter ook doorlopen in het heden, waardoor een complexe vertelsituatie vol flashbacks ontstaat.
We ontdekken vrij snel dat Felix een auto-ongeluk heeft gehad waarbij drank in het spel was. Zijn ex-vriendin Victoria zat ook in de wagen. Inmiddels zijn we een jaar verder; zij spreekt niet meer tegen hem, hij heeft de fles ingeruild voor cocaïne. Later beseffen we dat het wellicht geen ongeluk was, maar een zelfmoordpoging. Is er misschien een verband met de dood van Felix’ lievelingsoom Frances, ook een alcoholist en de eerste echte vaderfiguur die we in Huffs werk tegenkomen (biologische vaders zijn steevast afwezig, liefdeloos of beide)? Of speelt er meer, en symboliseert Frances het verzet tegen de hypocrisie die Felix ervaart in de hedendaagse maatschappij?
Typerend voor de romans van Huff zijn de vele intertekstuele verwijzingen. Deze referenties aan popmuziek en literatuur bieden een meerwaarde voor de lezer die ermee bekend is (of de energie heeft om ze te googelen). Zo verraden de sombere lievelingsmuziek en -boeken van Jacob, een bijpersonage in Niemand in de stad, dat hij waarschijnlijk geen natuurlijke dood gestorven is. In Boek van de doden wordt verwezen naar twee schrijvers: Richard Yates en J.D. Salinger. Vooral die laatste keert regelmatig terug (Felix staat weer even in de belangstelling na een panelgesprek in De wereld draait door, ter gelegenheid van het verschijnen van de nieuwe Salinger-biografie), waardoor het begint op te vallen dat Boek van de doden wel érg veel gemeen heeft met diens beroemdste roman. Net als Holden Caulfield zwerft ook Felix in de aanloop naar Kerstmis doelloos door de stad, weigerend om terug te keren naar het ouderlijke huis. De vrouwelijke personages doen bovendien sterk denken aan die uit De vanger in het graan: Anne, het vriendinnetje dat Felix enkel contacteert wanneer hij zich eenzaam voelt; zus Eva, het enige familielid bij wie hij zich op zijn gemak voelt, en natuurlijk de mysterieuze, ongrijpbare Victoria. Er is zelfs een scène waarin Felix uit pure eenzaamheid een prostituee boekt.
Boek van de doden omschrijven als een eigentijdse De vanger in het graan is te veel eer, daarvoor mist het boek de universele aantrekkingskracht die Salingers cultroman wel in zich heeft. De vanger in het graan vertelt wat het betekent om jong te zijn en weet daardoor generatie na generatie te boeien; Boek van de doden is eerder een roman over een specifieke generatie, een verhaal over wat het betekent om nú jong te zijn. Het is het verhaal van de huidige generatie twintigers. Felix, zijn vrienden en kennissen zijn mediawijs, geboren met een overschot aan kansen die hen vervolgens bruut ontnomen worden als gevolg van de crisis. Bepaalde rites de passage, zoals koophuizen en kinderen, stellen de meesten onder hen liever nog even uit en iedereen lijkt te lijden aan FOMO (fear of missing out; geen feestje mag worden overgeslagen).
Ook stilistisch is Boek van de doden een echte generatieroman. Dat merken we meteen bij de pakkende openingszin ‘Ik moet wat droppen nu.’, al dreigt de jongerentaal soms iets te veel een gimmick te worden: ‘Het heeft swag, jongen. Het gaat klappen. Geloof mij nou [...] Wat, G? Dat is een line wat uit Amerika komt. Die worden gedragen, daar. Echte swag, weer. Je weet toch. [...]’. Huff weet de vluchtigheid van onze huidige communicatie perfect te vangen in zijn Whatsapp-dialogen vol tikfouten, waarbij de gesprekspartners vaak niet de tijd nemen om naar elkaar te luisteren. In vergelijking met deze oppervlakkige gesprekken krijgt het contact tussen Felix en Victoria, dat zich voornamelijk afspeelt in lange e-mails en dure telefoongesprekken, een illusie van diepgang – al missen ze nog altijd de intimiteit die nodig is om een volwaardige relatie op te bouwen.
In deze snelle, onzekere wereld is Felix op zoek. Waarnaar, dat weten we niet precies. Liefde? Houvast? Betekenis? Geluk? Felix lijkt het zelf ook niet te weten, maar hij is in ieder geval niet tevreden met zijn leven zoals het is – het schoolvoorbeeld van de quarter life crisis. En daarom vlucht hij. In drank, in drugs, in zijn relatie met Victoria die hij, een jaar na hun breuk, nog altijd niet heeft losgelaten. Zijn escapisme gaat dermate ver dat hij meermaals flirt met de dood, zoals in deze passage:
‘Alleen als je dood bent, denk ik, als je onder de aarde ligt en geen morgen en geen gisteren meer kent, als je naam een naam in een met mos begroeide steen is geworden en je botten wormenvoer, alleen als je tijd een rijtje cijfers met zwarte verf erin is, absoluut gemaakt, alleen als je die allesvernietigende en doodgewone weg van alle vlees hebt genomen en de natuur je lichaam opvreet om aan haar voortdurende verlangen naar zichzelf te voldoen, alleen dan voel je het zuchten niet meer, dat geworstel met de woorden en de waarde van de wereld. Alleen dán ken je de rust van het grote niets. Maar zo alleen ben je bij leven nooit.’

In een roman als deze is een catharsis onvermijdelijk. Je zou verwachten dat zo’n moment van inzicht voorafgegaan wordt door een peripetie, een onvoorziene gebeurtenis, zoals meestal het geval is in ontwikkelingsromans. In Boek van de doden is er echter geen sprake van één levensveranderend incident, maar van een opeenvolging van kleine voorvallen: Victoria die vertelt dat ze in verwachting is van een ander, een lunch met zijn gevoelloze, ongeïnteresseerde vader, de dokter die zijn medicatie stopzet, zijn grootvader die de gecrashte auto opgeknapt heeft... Het boek eindigt met een dialoog tussen Felix en zijn moeder, waarin hij zijn voornemen uitspreekt om zijn leven te veranderen. Hoe hij dat precies gaat aanpakken weet hij niet, en het is nog maar de vraag of hij hier ook echt in zal slagen; een garantie dat hij Victoria voorgoed zal loslaten zonder opnieuw naar de fles te grijpen, hebben we niet (1).
Maar maakt dat Boek van de doden niet juist realistisch? Is die zoekende doelloosheid niet kenmerkend voor deze generatie? Maartje Wortel, een tijdgenote van Huff, denkt van wel: ‘[...] die onduidelijkheid over het eigen doel in het leven is iets wat veel jonge mensen in deze tijd ervaren. Ik weet dat het een cliché is, maar die verwennende weldaad ontneemt ons wel iets wat we kunnen bevechten’, zegt ze in een interview in De Morgen (30.07.2014). Met Boek van de doden heeft Philip Huff een roman geschreven over wat het betekent om volwassen te worden in de eenentwintigste eeuw, in een hectische wereld waar zekerheden ver te zoeken zijn. En hoe dat soms zo beangstigend kan zijn, dat de dood het enige rustpunt lijkt. Ook Huff biedt geen zekerheden. Er is geen peripetie, geen duidelijke moraal, geen garantie dat het allemaal wel goed komt. En zo weet hij juist de tijdgeest te vangen.

(1) Deze recensie is gebaseerd op een drukproef waarvan de epiloog nog niet compleet was, dus mogelijk heeft Huff nog een plottwist voor ons in petto.



Philip Huff, Boek van de doden, De Bezige Bij Amsterdam, 2014, 288 p., € 18,9. ISBN 9789023488040. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri